Jezelf beschermen door authenticiteit

Soms lijkt het alsof we van alles voelen van anderen wat niet van onszelf is. Stress, drukte, lawaai, emoties… Dan kan een wens ontstaan om onszelf tegen al die invloeden van anderen te beschermen, zodat het ons minder beïnvloedt.

Onze natuurlijke bescherming
We vergeten gemakkelijk dat we een natuurlijke bescherming hebben tegen een teveel aan indrukken. Tegen prikkels van buitenaf en zeker ook van binnenuit. Door allerlei ervaringen buiten ons te plaatsen hebben we minder toegang tot die natuurlijke bescherming. Dus door naar ervaringen te kijken alsof ze ‘van een ander zijn’ verliezen we een belangrijk filter.

Ervaringen buiten onszelf plaatsen betekent: niet kunnen voelen dat je zelf stress voelt. Misschien heeft de ander ook stress, maar op het moment dat jij stress voelt is het je eigen stress. Heb je last van een gevoel ‘van een ander’ dan zit er iets in wat jou blijkbaar raakt.

Soms is dat heel letterlijk hetzelfde gevoel. Een ander die gespannen is houdt jou een spiegel voor, waardoor je zelf ook gaat voelen dat je gespannen bent. Het kan ook iets zijn wat er omheen zit. Denk aan een neiging om voor anderen te zorgen, die ontwaakt wanneer een vriend of vriendin het moeilijk heeft. Doordat de ander zich niet goed voelt ontstaat spanning bij jezelf omdat je het idee hebt dat je de moeilijkheden van de ander op moet lossen. Het kan een hele zoektocht zijn om te ontdekken hoe het zit.

Erken wat van jezelf is
Het is mogelijk om te winnen aan veerkracht en vitaliteit door te erkennen wat ‘van jezelf’ is, waar jij in wordt geraakt. Dat is een dubbele bescherming. Bescherming tegen wat van buiten komt omdat je dat zuiverder gaat voelen. En bescherming tegen wat zich van binnenuit aandient omdat je daar dan helder mee om kunt gaan.

Eigenaarschap nemen van wat van jou is heeft te maken met verantwoordelijkheid nemen voor jezelf, en zeker ook met heelheid. Het buiten jezelf plaatsen van ervaringen is vervreemdend. Het is net alsof een gevoel dat je zelf hebt niks met jou te maken heeft, alsof je het leven van een ander leeft. Doorleven wat ervaringen met jou doen geeft een diep soort rust. Een heel ander soort rust dan ‘probleemloos leven’, je ergens ‘minder van aantrekken’ of er ‘minder door geraakt worden’. Het is een rust die voortkomt uit authenticiteit. Uit contact met jezelf.

Hoe ga je bij jezelf weg?

Een paar jaar geleden bezocht ik in het Drents Museum een tentoonstelling over een nomadisch volk in de 10e en 11e eeuw in Binnen-Mongolië. Bij twee bekers met afbeeldingen van het verhaal van de Zeven Wijzen bleef ik wat langer staan. De Zeven Wijzen “trokken zich terug uit de hectiek van het openbare leven” stond in het onderschrift. Dat vond ik grappig: hoe kunnen mensen in een land waar bijna niemand woont nou last hebben van de drukke samenleving? Het verhaal maakte me nieuwsgierig, ik mis hier vast iets.

Eeuwen geleden werd de samenleving dus ook al als druk ervaren, net als nu. Het dagelijks leven voelt hectisch en veeleisend en we hebben behoefte aan rust, stilte, ontspanning en reflectie. Maar ligt dat echt aan de wereld of kan het ook aan onszelf liggen? Als mensen eeuwen geleden in een dunbevolkt land dezelfde ervaring hadden als wij nu in een veel dichter bevolkte omgeving, is er dan een andere verklaring mogelijk? In hoeverre houden we verbinding met de stilte in onszelf?

NAAR BUITEN RICHTEN

Wie gevoelig is heeft vaak veel ervaring met naar buiten richten. We steken energie in voelen hoe de sfeer in een ruimte is, in afstemmen op anderen mensen. We hebben de neiging om te willen helpen als een ander het moeilijk heeft. Het zoeken van verklaringen voor onrust gaat ook naar buiten: de oorzaak ligt in de omgevingslawaai, druk gedoe om ons heen, een zware stemming die ergens hangt.

BESCHERMING

Vanuit deze houding gaat veel energie naar beschermende maatregelen zoals een muur om je heen visualiseren of met wierook of salie een ruimte energetisch reinigen. Op een bepaalde manier werkt dat ook. Misschien gebeurt dat door de oefening of is het een ritueel dat op zichzelf rustgevend werkt. Uiteindelijk haalt bescherming ons bij onszelf en creëert zo een energielek.

BIJ JEZELF WEGGAAN

Bescherming haalt ons weg bij onszelf doordat we stoppen met voelen hoe het echt met ons is. De aandacht ligt bij de grens tussen onszelf en anderen. Bijvoorbeeld door te voelen of er toch niet iets ongewenst binnen komt. De bescherming blijft alleen intact als we regelmatig voelen of hij nog werkt. Door zo naar buiten te richten vermindert het contact met onze eigen ervaringen. Daardoor verliezen we ons sneller in verhalen van anderen waardoor we nog meer het contact met onszelf kwijt raken.

NATUURLIJKE BESCHERMING

We hebben allemaal de beschikking over een natuurlijke bescherming, die niet afhankelijk is van wat we visualiseren, afsluiten of oproepen. Deze versterkt door goed contact te houden met jezelf, door je lichaam goed te voelen, contact te houden met emoties, je eigen ruimte in te nemen. Meditatie en energieoefeningen ondersteunen dit veld op een fijne, ontspannen manier. Een fijne oefening is het vasthouden van je voetpunten of grondingspunten.

MINIMEDITATIE MET VOETPUNTEN

De voetpunten of grondingspunten zitten in het kuiltje onder de voet, waar de bal van de voet over gaat in een v-tje.

Leg de ring- en middelvinger van je rechterhand op het grondingspunt onder je linkervoet.

Leg tegelijkertijd de ring- en middelvinger van linkerhand op het grondingspunt onder je rechtervoet. Dus kruislings.

Breng je aandacht zo goed mogelijk naar het gevoel in je handen óf naar het gevoel in de voetpunten.

Blijf zo twee minuten zitten.

Kleuren visualiseren moeilijk?

Werken met kleuren in meditatie kan heel ondersteunend zijn. Sommige kleuren appelleren aan een bepaald gevoel, zoals een gevoel van vredigheid. Andere verbinden zich gemakkelijk met een chakra. Door de aandacht te brengen naar zo’n kleur activeert het bijbehorende chakra. De energietoevoer neemt dan toe.

Visualiseren lukt niet, wat nu?
Het kan moeilijk zijn om een innerlijk beeld te creëren. Soms is het niet helder om welke kleur het precies gaat, en ontstaat de neiging om daar over na te gaan denken (‘visualiseer lichtblauw… maar welke kleur lichtblauw dan?’). Misschien is er weinig ervaring met visualiseren of ligt het iemand gewoon niet zo. Oefenen helpt meestal wel, maar niet door het harder te proberen.

Wat wel werkt, is opbouwen in stapjes. Zet een voorwerp met de kleur die je nodig hebt voor je. Kijk ongeveer 30 seconden naar de kleur van het voorwerp. Sluit je ogen en vorm een zo goed mogelijk innerlijk beeld van de kleur, weer 30 seconden. Open je ogen, kijk naar de kleur en sluit opnieuw je ogen. Oefen zo enige tijd.

Bos zonnebloemen als oefenobject voor het visualiseren van de kleur zonnebloemgeel

Oefenen tijdens een meditatie
Tijdens een meditatie kun je dit op dezelfde manier doen. Begin de meditatie en kijk intussen enige tijd naar het voorwerp, neem de kleur in je op terwijl je ook de oefening doet. Doe af en toe je ogen dicht en kijk of je de kleur zelf kunt visualiseren. Lukt dat niet goed of kort, doe dan je ogen weer open en kijk naar het voorwerp terwijl je mediteert.

Bij de cursus energie & zelfzorg deed ik onlangs een oefening met de zonnevlecht, het 3e chakra. Die resoneert met de kleur zonnebloemgeel. Omdat sommige cursisten moeite hadden met het visualiseren van een kleur stond die keer een mooie bos zonnebloemen in het midden.

Waardoor zien cliënten altijd iets ‘van jou’?

Hoe vind jij het om als therapeut of begeleider ‘iets van jezelf te laten zien’? Is dat nodig? Zinvol? Spannend? Iets wat je beter kunt laten zodat de cliënt ruimte heeft voor zelfonderzoek? De relatie tussen begeleider en cliënt is de belangrijkste factor in de hulpverlening. Is die relatie niet goed, dan is de begeleiding veel minder effectief. In hoeverre laat je persoonlijke informatie over jezelf hier een rol in spelen? Kan je dat wel weglaten, als je dat zou willen?

Het verhaal van een werkruimte
Ook praktische zaken zeggen iets over onszelf, zoals een werkruimte. Voor individuele begeleiding gebruik ik twee praktijkruimtes: een kamer bij mij thuis en sessieruimtes bij cursuscentrum EdanZ.

De sfeer is nogal verschillend. Mijn huis staat in een woonwijk aan de rand van Groningen. Hier doe ik zelf de deur open, dan lopen we door de gang een trap op naar een kamer op de eerste verdieping. Hier staan een massagetafel, een zitje, een bureau, een kast met boeken en naast het bureau ligt een stapel papier. De muren zijn grotendeels leeg, op een whiteboard met ansichtkaarten na. Er is uitzicht op mijn tuin en een hofje. Het is rustig.

EdanZ zit in een voormalig schoolgebouw. De eerste keer is het zoeken naar de ingang. Eenmaal binnen volgt een grote hal met tafels, stoelen, banken, een bar en soms veel mensen, soms weinig. De sfeer is levendig, bohemien en er speelt muziek. Is de cliënt een beetje vroeg dan moet een vrijwilliger mij zoeken. Hier zijn meerdere sessieruimtes: multifunctioneel, verschillend van afmeting en qua sfeer. Het ruikt naar heilig hout, internationaal eten en overal staan waxinelichtjes.

Beide ruimtes zijn verre van neutraal. De ene ruimte doordat het in mijn eigen huis is en dit mijn sfeer ademt. Het is duidelijk dat dat iets over mij als begeleider zegt. De andere ruimte is EdanZ met een heel eigen sfeer. Daar voel ik me blijkbaar thuis en verwacht ik dat cliënten graag komen. Beide ruimtes zeggen iets over mij: de inrichting van de ene en de keuze voor de andere.

Zelfonthulling
Sommige therapeuten hebben het idee dat: “ik als therapeut of begeleider alleen iets van mezelf laat zien als ik expliciet over mezelf vertel”: ‘zelfonthulling’. Zelfonthulling betekent dat een begeleider een persoonlijke ervaring inbrengt om de cliënt iets te leren of te ondersteunen, als voorbeeldfunctie. Een voorbeeld is een coach die vertelt over hoe hij een probleem met zijn kinderen heeft aangepakt. Hiermee wil hij een cliënt met een vergelijkbaar probleem aan het denken zetten over alternatieve oplossingen. Of een begeleider vertelt iets over haar vakantie bij het binnen komen, om een cliënt op zijn gemak te stellen of verbinding te creëren (‘we houden allebei van kamperen in Frankrijk’).

Dat zijn de meer rechtstreekse, doelbewuste vormen. Er is meer. Elk gedrag is communicatie, hoe dagelijks, subtiel en onontkoombaar ook.

Kan je jezelf wel thuis laten?
Geen persoonlijke dingen vertellen kan een bewuste keuze zijn. Maar dat maakt een begeleider niet onpersoonlijk of ‘blanco’. Alle gedrag zegt iets over de therapeut of begeleider:
Alleen over de cliënt willen praten, niet over de begeleider.
Fysiek, gevoelsmatig en communicatief afstand houden of dichtbij komen.
De manier waarop die afstand gehouden wordt zegt iets.
Vragen van een cliënt weer terugleggen bij een cliënt. Zoals bijvoorbeeld: “waardoor denk jij (als therapeut) dat ik hier last van heb?” “Wat denk je zelf?”
De manier van begroeten en afscheid nemen.
Hoe een ruimte is ingericht en waar die zich bevindt vertelt iets over de begeleider.

Wat zegt dat dan?
De manier waarop een begeleider aanwezig is, zich presenteert, reageert op de cliënt, al dan niet zelf onderwerpen inbrengt, de cliënt de regie geeft of die zelf houdt, dat vertelt allemaal iets over de begeleider. Er is uit af te lezen:
Hoe de begeleider de relatie met de cliënt ziet: gelijkwaardig of niet?
Hoe de begeleider staat tegenover de kwetsbaarheid van mensen.
Hoe de begeleider tegenover de eigen kwetsbaarheid staat.
Of de begeleider om kan gaan met twijfel, met onderzoek, met het maken van ‘fouten’.
Wat de begeleider belangrijk vindt in een therapeutische relatie.
Hoe makkelijk of moeilijk de begeleider het vindt om met zware thema’s en heftige emoties om te gaan.
Hoe de begeleider de eigen rol ziet: adviseur, vroedvrouw, technicus…

Voor de een is dit makkelijker op te merken dan voor de ander. En uiteraard (hopelijk) zijn cliënten meer met zichzelf bezig dan met de begeleider. Daar komen ze ook voor. Toch kan een begeleider op verschillende manieren een spiegel krijgen van een cliënt.

Zelf werk ik regelmatig met mensen die al veel hulp hebben gehad. Vaak werken ze zelf ook op de één of andere manier met mensen. In beide gevallen is er veel ervaring met mensen, met afstemmen op, samenwerken met, begeleiden van of begeleid worden door anderen. Dat levert een rijk palet aan levenservaring op en veel mensenkennis. Dat helpt om ervaringen onder woorden te brengen. Iemand met een andere levenswandel zal een ervaring wellicht minder duidelijk verwoorden. Dan gaat het vaak om een gevoel, met name het hebben van een ‘klik’ of niet.

Zicht op je impact
Het is belangrijk om zicht te hebben op je eigen impact. Zo kun je je eigen aandeel zien in lastige situaties met cliënten. Ontken je een deel van wat je inbrengt, dan is het ook moeilijk om daar naar te kijken. Dus zit je in een lastige situatie met een cliënt dan is je eigen aandeel daarin een blinde vlek.

Als laatste de vraag die het meest interessant is voor je eigen ontwikkeling: wat maakt dat je wilt dat een cliënt weinig van je ziet? Of precies de juiste dingen van je ziet? Mag jij mens zijn naast een ander mens?

Waarderen we verschillende kwaliteiten genoeg?

Vrijwilligers, mantelzorgers en burgerinitiatieven vervullen een belangrijke rol in het welzijnswerk. Dat hebben ze altijd al gedaan en het zal ook altijd wel zo blijven. Het drukt onderlinge betrokkenheid uit, brengt gelijkwaardigheid en is ondersteunend, vaak juist zonder dat direct een behandelplan nodig is. Vrijwilligers betekenen veel in het sociaal werk.
Sonja Liefhebber schreef een column over de verschillende rollen van vrijwilligers, mantelzorgers en beroepskrachten in het welzijnswerk. Beroepskrachten legden de nadruk de laatste jaren steeds meer op zwaardere problematiek waardoor preventie en lichtere ondersteuning uit beeld verdwenen. Dat kwam bij vrijwilligers terecht. Doet dat wel recht aan de deskundigheid van een professional? Waarom is vakmanschap belangrijk?

Het is een verhaal dat ik herken. In mijn ogen lijkt het soms alsof het niet nodig is om iets ‘te kunnen’ om mensen te begeleiden. Als ik wat meer van mezelf of van een ander vraag dan ben ik al snel te ‘veeleisend’. Dat vind ik wel eens moeilijk. Zo’n reactie staat reflectie in de weg. Zo kom je er dus ook niet goed achter of en wat de verschillen precies zijn en wat ieders waarde werkelijk is. Het staat ook ontwikkeling in de weg omdat ontwikkeling zonder reflectie moeilijk is. Dat is jammer omdat een motivatie voor vrijwilligerswerk vaak de eigen ontwikkeling is.

Zo te zien is er een herbezinning aan de gang. Het zou mooi zijn als de eigen kwaliteiten van verschillende soorten sociaal werkers daardoor weer wat meer naar voren komen. Fijner voor de werkers zelf, voor de effectiviteit van interventies en voor wie ondersteuning nodig heeft.

Lees hier het volledige artikel op de site van Movisie