Kleuren visualiseren moeilijk?

Werken met kleuren in meditatie kan heel ondersteunend zijn. Sommige kleuren appelleren aan een bepaald gevoel, zoals een gevoel van vredigheid. Andere verbinden zich gemakkelijk met een chakra. Door de aandacht te brengen naar zo’n kleur activeert het bijbehorende chakra. De energietoevoer neemt dan toe.

Visualiseren lukt niet, wat nu?
Het kan moeilijk zijn om een innerlijk beeld te creëren. Soms is het niet helder om welke kleur het precies gaat, en ontstaat de neiging om daar over na te gaan denken (‘visualiseer lichtblauw… maar welke kleur lichtblauw dan?’). Misschien is er weinig ervaring met visualiseren of ligt het iemand gewoon niet zo. Oefenen helpt meestal wel, maar niet door het harder te proberen.

Wat wel werkt, is opbouwen in stapjes. Zet een voorwerp met de kleur die je nodig hebt voor je. Kijk ongeveer 30 seconden naar de kleur van het voorwerp. Sluit je ogen en vorm een zo goed mogelijk innerlijk beeld van de kleur, weer 30 seconden. Open je ogen, kijk naar de kleur en sluit opnieuw je ogen. Oefen zo enige tijd.

Bos zonnebloemen als oefenobject voor het visualiseren van de kleur zonnebloemgeel

Oefenen tijdens een meditatie
Tijdens een meditatie kun je dit op dezelfde manier doen. Begin de meditatie en kijk intussen enige tijd naar het voorwerp, neem de kleur in je op terwijl je ook de oefening doet. Doe af en toe je ogen dicht en kijk of je de kleur zelf kunt visualiseren. Lukt dat niet goed of kort, doe dan je ogen weer open en kijk naar het voorwerp terwijl je mediteert.

Bij de cursus energie & zelfzorg deed ik onlangs een oefening met de zonnevlecht, het 3e chakra. Die resoneert met de kleur zonnebloemgeel. Omdat sommige cursisten moeite hadden met het visualiseren van een kleur stond die keer een mooie bos zonnebloemen in het midden.

Waardoor zien cliënten altijd iets ‘van jou’?

Hoe vind jij het om als therapeut of begeleider ‘iets van jezelf te laten zien’? Is dat nodig? Zinvol? Spannend? Iets wat je beter kunt laten zodat de cliënt ruimte heeft voor zelfonderzoek? De relatie tussen begeleider en cliënt is de belangrijkste factor in de hulpverlening. Is die relatie niet goed, dan is de begeleiding veel minder effectief. In hoeverre laat je persoonlijke informatie over jezelf hier een rol in spelen? Kan je dat wel weglaten, als je dat zou willen?

Het verhaal van een werkruimte
Ook praktische zaken zeggen iets over onszelf, zoals een werkruimte. Voor individuele begeleiding gebruik ik twee praktijkruimtes: een kamer bij mij thuis en sessieruimtes bij cursuscentrum EdanZ.

De sfeer is nogal verschillend. Mijn huis staat in een woonwijk aan de rand van Groningen. Hier doe ik zelf de deur open, dan lopen we door de gang een trap op naar een kamer op de eerste verdieping. Hier staan een massagetafel, een zitje, een bureau, een kast met boeken en naast het bureau ligt een stapel papier. De muren zijn grotendeels leeg, op een whiteboard met ansichtkaarten na. Er is uitzicht op mijn tuin en een hofje. Het is rustig.

EdanZ zit in een voormalig schoolgebouw. De eerste keer is het zoeken naar de ingang. Eenmaal binnen volgt een grote hal met tafels, stoelen, banken, een bar en soms veel mensen, soms weinig. De sfeer is levendig, bohemien en er speelt muziek. Is de cliënt een beetje vroeg dan moet een vrijwilliger mij zoeken. Hier zijn meerdere sessieruimtes: multifunctioneel, verschillend van afmeting en qua sfeer. Het ruikt naar heilig hout, internationaal eten en overal staan waxinelichtjes.

Beide ruimtes zijn verre van neutraal. De ene ruimte doordat het in mijn eigen huis is en dit mijn sfeer ademt. Het is duidelijk dat dat iets over mij als begeleider zegt. De andere ruimte is EdanZ met een heel eigen sfeer. Daar voel ik me blijkbaar thuis en verwacht ik dat cliënten graag komen. Beide ruimtes zeggen iets over mij: de inrichting van de ene en de keuze voor de andere.

Zelfonthulling
Sommige therapeuten hebben het idee dat: “ik als therapeut of begeleider alleen iets van mezelf laat zien als ik expliciet over mezelf vertel”: ‘zelfonthulling’. Zelfonthulling betekent dat een begeleider een persoonlijke ervaring inbrengt om de cliënt iets te leren of te ondersteunen, als voorbeeldfunctie. Een voorbeeld is een coach die vertelt over hoe hij een probleem met zijn kinderen heeft aangepakt. Hiermee wil hij een cliënt met een vergelijkbaar probleem aan het denken zetten over alternatieve oplossingen. Of een begeleider vertelt iets over haar vakantie bij het binnen komen, om een cliënt op zijn gemak te stellen of verbinding te creëren (‘we houden allebei van kamperen in Frankrijk’).

Dat zijn de meer rechtstreekse, doelbewuste vormen. Er is meer. Elk gedrag is communicatie, hoe dagelijks, subtiel en onontkoombaar ook.

Kan je jezelf wel thuis laten?
Geen persoonlijke dingen vertellen kan een bewuste keuze zijn. Maar dat maakt een begeleider niet onpersoonlijk of ‘blanco’. Alle gedrag zegt iets over de therapeut of begeleider:
Alleen over de cliënt willen praten, niet over de begeleider.
Fysiek, gevoelsmatig en communicatief afstand houden of dichtbij komen.
De manier waarop die afstand gehouden wordt zegt iets.
Vragen van een cliënt weer terugleggen bij een cliënt. Zoals bijvoorbeeld: “waardoor denk jij (als therapeut) dat ik hier last van heb?” “Wat denk je zelf?”
De manier van begroeten en afscheid nemen.
Hoe een ruimte is ingericht en waar die zich bevindt vertelt iets over de begeleider.

Wat zegt dat dan?
De manier waarop een begeleider aanwezig is, zich presenteert, reageert op de cliënt, al dan niet zelf onderwerpen inbrengt, de cliënt de regie geeft of die zelf houdt, dat vertelt allemaal iets over de begeleider. Er is uit af te lezen:
Hoe de begeleider de relatie met de cliënt ziet: gelijkwaardig of niet?
Hoe de begeleider staat tegenover de kwetsbaarheid van mensen.
Hoe de begeleider tegenover de eigen kwetsbaarheid staat.
Of de begeleider om kan gaan met twijfel, met onderzoek, met het maken van ‘fouten’.
Wat de begeleider belangrijk vindt in een therapeutische relatie.
Hoe makkelijk of moeilijk de begeleider het vindt om met zware thema’s en heftige emoties om te gaan.
Hoe de begeleider de eigen rol ziet: adviseur, vroedvrouw, technicus…

Voor de een is dit makkelijker op te merken dan voor de ander. En uiteraard (hopelijk) zijn cliënten meer met zichzelf bezig dan met de begeleider. Daar komen ze ook voor. Toch kan een begeleider op verschillende manieren een spiegel krijgen van een cliënt.

Zelf werk ik regelmatig met mensen die al veel hulp hebben gehad. Vaak werken ze zelf ook op de één of andere manier met mensen. In beide gevallen is er veel ervaring met mensen, met afstemmen op, samenwerken met, begeleiden van of begeleid worden door anderen. Dat levert een rijk palet aan levenservaring op en veel mensenkennis. Dat helpt om ervaringen onder woorden te brengen. Iemand met een andere levenswandel zal een ervaring wellicht minder duidelijk verwoorden. Dan gaat het vaak om een gevoel, met name het hebben van een ‘klik’ of niet.

Zicht op je impact
Het is belangrijk om zicht te hebben op je eigen impact. Zo kun je je eigen aandeel zien in lastige situaties met cliënten. Ontken je een deel van wat je inbrengt, dan is het ook moeilijk om daar naar te kijken. Dus zit je in een lastige situatie met een cliënt dan is je eigen aandeel daarin een blinde vlek.

Als laatste de vraag die het meest interessant is voor je eigen ontwikkeling: wat maakt dat je wilt dat een cliënt weinig van je ziet? Of precies de juiste dingen van je ziet? Mag jij mens zijn naast een ander mens?

Waarderen we verschillende kwaliteiten genoeg?

Vrijwilligers, mantelzorgers en burgerinitiatieven vervullen een belangrijke rol in het welzijnswerk. Dat hebben ze altijd al gedaan en het zal ook altijd wel zo blijven. Het drukt onderlinge betrokkenheid uit, brengt gelijkwaardigheid en is ondersteunend, vaak juist zonder dat direct een behandelplan nodig is. Vrijwilligers betekenen veel in het sociaal werk.
Sonja Liefhebber schreef een column over de verschillende rollen van vrijwilligers, mantelzorgers en beroepskrachten in het welzijnswerk. Beroepskrachten legden de nadruk de laatste jaren steeds meer op zwaardere problematiek waardoor preventie en lichtere ondersteuning uit beeld verdwenen. Dat kwam bij vrijwilligers terecht. Doet dat wel recht aan de deskundigheid van een professional? Waarom is vakmanschap belangrijk?

Het is een verhaal dat ik herken. In mijn ogen lijkt het soms alsof het niet nodig is om iets ‘te kunnen’ om mensen te begeleiden. Als ik wat meer van mezelf of van een ander vraag dan ben ik al snel te ‘veeleisend’. Dat vind ik wel eens moeilijk. Zo’n reactie staat reflectie in de weg. Zo kom je er dus ook niet goed achter of en wat de verschillen precies zijn en wat ieders waarde werkelijk is. Het staat ook ontwikkeling in de weg omdat ontwikkeling zonder reflectie moeilijk is. Dat is jammer omdat een motivatie voor vrijwilligerswerk vaak de eigen ontwikkeling is.

Zo te zien is er een herbezinning aan de gang. Het zou mooi zijn als de eigen kwaliteiten van verschillende soorten sociaal werkers daardoor weer wat meer naar voren komen. Fijner voor de werkers zelf, voor de effectiviteit van interventies en voor wie ondersteuning nodig heeft.

Lees hier het volledige artikel op de site van Movisie

Belichaming van communicatie

Inspiratie: belichaming van communicatie

Veel cliënten vertellen dat ze langer op een bepaalde manier hebben gewerkt en dat dat na een tijd niet meer voedt of ‘niet verder komt’. Dat gebeurt meestal na een periode van veel werken met het brein, het denken en door te praten. Het lijkt alsof een ontwikkelplafond is bereikt. Dan ontstaat een behoefte om de andere kant meer aandacht te geven. Zo iemand wil graag minder moeten praten en meer contact krijgen met zijn of haar lichaam. Of een gestructureerde methode geeft te weinig. Een structuur komt teveel van buitenaf. Dan is er een behoefte om meer van binnenuit werken, vanuit voelen. Het gevaar bestaat dat dan een nieuwe splitsing ontstaat, door langdurig alleen met het lichaam te werken. Maar dat lijkt te veranderen.

Al een tijdje is te zien dat steeds meer cognitief gerichte begeleiders het lichaam bij het proces gaan betrekken. En andersom: steeds meer lichaamswerkers zien de toevoeging van praten. Niet om het ene aspect de deur uit te doen ten behoeve van het andere. Maar juist om beide aspecten met elkaar te verbinden. Dit is een mooi voorbeeld van hoe dat samen komt: embodied communication, inbrengen van lichamelijke sensaties in communicatie. Het artikel geeft een nieuwe dimensie aan belichaming in alledaagse communicatie.

Hier vind je het volledige artikel: EmbodiedPhilosophy