Waardoor zien cliënten altijd iets ‘van jou’?

Hoe vind jij het om als therapeut of begeleider ‘iets van jezelf te laten zien’? Is dat nodig? Zinvol? Spannend? Iets wat je beter kunt laten zodat de cliënt ruimte heeft voor zelfonderzoek? De relatie tussen begeleider en cliënt is de belangrijkste factor in de hulpverlening. Is die relatie niet goed, dan is de begeleiding veel minder effectief. In hoeverre laat je persoonlijke informatie over jezelf hier een rol in spelen? Kan je dat wel weglaten, als je dat zou willen?

Het verhaal van een werkruimte
Ook praktische zaken zeggen iets over onszelf, zoals een werkruimte. Voor individuele begeleiding gebruik ik twee praktijkruimtes: een kamer bij mij thuis en sessieruimtes bij cursuscentrum EdanZ.

De sfeer is nogal verschillend. Mijn huis staat in een woonwijk aan de rand van Groningen. Hier doe ik zelf de deur open, dan lopen we door de gang een trap op naar een kamer op de eerste verdieping. Hier staan een massagetafel, een zitje, een bureau, een kast met boeken en naast het bureau ligt een stapel papier. De muren zijn grotendeels leeg, op een whiteboard met ansichtkaarten na. Er is uitzicht op mijn tuin en een hofje. Het is rustig.

EdanZ zit in een voormalig schoolgebouw. De eerste keer is het zoeken naar de ingang. Eenmaal binnen volgt een grote hal met tafels, stoelen, banken, een bar en soms veel mensen, soms weinig. De sfeer is levendig, bohemien en er speelt muziek. Is de cliënt een beetje vroeg dan moet een vrijwilliger mij zoeken. Hier zijn meerdere sessieruimtes: multifunctioneel, verschillend van afmeting en qua sfeer. Het ruikt naar heilig hout, internationaal eten en overal staan waxinelichtjes.

Beide ruimtes zijn verre van neutraal. De ene ruimte doordat het in mijn eigen huis is en dit mijn sfeer ademt. Het is duidelijk dat dat iets over mij als begeleider zegt. De andere ruimte is EdanZ met een heel eigen sfeer. Daar voel ik me blijkbaar thuis en verwacht ik dat cliënten graag komen. Beide ruimtes zeggen iets over mij: de inrichting van de ene en de keuze voor de andere.

Zelfonthulling
Sommige therapeuten hebben het idee dat: “ik als therapeut of begeleider alleen iets van mezelf laat zien als ik expliciet over mezelf vertel”: ‘zelfonthulling’. Zelfonthulling betekent dat een begeleider een persoonlijke ervaring inbrengt om de cliënt iets te leren of te ondersteunen, als voorbeeldfunctie. Een voorbeeld is een coach die vertelt over hoe hij een probleem met zijn kinderen heeft aangepakt. Hiermee wil hij een cliënt met een vergelijkbaar probleem aan het denken zetten over alternatieve oplossingen. Of een begeleider vertelt iets over haar vakantie bij het binnen komen, om een cliënt op zijn gemak te stellen of verbinding te creëren (‘we houden allebei van kamperen in Frankrijk’).

Dat zijn de meer rechtstreekse, doelbewuste vormen. Er is meer. Elk gedrag is communicatie, hoe dagelijks, subtiel en onontkoombaar ook.

Kan je jezelf wel thuis laten?
Geen persoonlijke dingen vertellen kan een bewuste keuze zijn. Maar dat maakt een begeleider niet onpersoonlijk of ‘blanco’. Alle gedrag zegt iets over de therapeut of begeleider:
Alleen over de cliënt willen praten, niet over de begeleider.
Fysiek, gevoelsmatig en communicatief afstand houden of dichtbij komen.
De manier waarop die afstand gehouden wordt zegt iets.
Vragen van een cliënt weer terugleggen bij een cliënt. Zoals bijvoorbeeld: “waardoor denk jij (als therapeut) dat ik hier last van heb?” “Wat denk je zelf?”
De manier van begroeten en afscheid nemen.
Hoe een ruimte is ingericht en waar die zich bevindt vertelt iets over de begeleider.

Wat zegt dat dan?
De manier waarop een begeleider aanwezig is, zich presenteert, reageert op de cliënt, al dan niet zelf onderwerpen inbrengt, de cliënt de regie geeft of die zelf houdt, dat vertelt allemaal iets over de begeleider. Er is uit af te lezen:
Hoe de begeleider de relatie met de cliënt ziet: gelijkwaardig of niet?
Hoe de begeleider staat tegenover de kwetsbaarheid van mensen.
Hoe de begeleider tegenover de eigen kwetsbaarheid staat.
Of de begeleider om kan gaan met twijfel, met onderzoek, met het maken van ‘fouten’.
Wat de begeleider belangrijk vindt in een therapeutische relatie.
Hoe makkelijk of moeilijk de begeleider het vindt om met zware thema’s en heftige emoties om te gaan.
Hoe de begeleider de eigen rol ziet: adviseur, vroedvrouw, technicus…

Voor de een is dit makkelijker op te merken dan voor de ander. En uiteraard (hopelijk) zijn cliënten meer met zichzelf bezig dan met de begeleider. Daar komen ze ook voor. Toch kan een begeleider op verschillende manieren een spiegel krijgen van een cliënt.

Zelf werk ik regelmatig met mensen die al veel hulp hebben gehad. Vaak werken ze zelf ook op de één of andere manier met mensen. In beide gevallen is er veel ervaring met mensen, met afstemmen op, samenwerken met, begeleiden van of begeleid worden door anderen. Dat levert een rijk palet aan levenservaring op en veel mensenkennis. Dat helpt om ervaringen onder woorden te brengen. Iemand met een andere levenswandel zal een ervaring wellicht minder duidelijk verwoorden. Dan gaat het vaak om een gevoel, met name het hebben van een ‘klik’ of niet.

Zicht op je impact
Het is belangrijk om zicht te hebben op je eigen impact. Zo kun je je eigen aandeel zien in lastige situaties met cliënten. Ontken je een deel van wat je inbrengt, dan is het ook moeilijk om daar naar te kijken. Dus zit je in een lastige situatie met een cliënt dan is je eigen aandeel daarin een blinde vlek.

Als laatste de vraag die het meest interessant is voor je eigen ontwikkeling: wat maakt dat je wilt dat een cliënt weinig van je ziet? Of precies de juiste dingen van je ziet? Mag jij mens zijn naast een ander mens?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.